Uit studies in eigen land, maar ook in Nederland en Frankrijk bijvoorbeeld, blijkt dat veel residentiële ventilatie-installaties niet presteren conform de specificaties. Voorbeelden van niet-conforme prestaties zijn:

  • Onvoldoende debiet waardoor er een grotere kans bestaat op een onvoldoende luchtkwaliteit
  • Te groot debiet waardoor er onnodig energieverbruik is en er meer kans bestaat op lawaaihinder
  • Tochtproblemen
  • Akoestische problemen
  • Slechte plaatsing van de luchtinlaat met een slechte kwaliteit van de ventilatielucht tot gevolg
  • Lekken in de ventilatiekanalen waardoor verse lucht niet op de juiste plaats wordt afgeleverd en de vervuilde lucht niet op de juiste plaats wordt afgezogen
  • Installaties die te veel elektriciteit verbruiken
  • Installaties waarvan de onderdelen niet toegankelijk zijn om op een correcte manier te onderhouden

Als er veel lawaaihinder en/of tocht is, wordt de installatie vaak in de laagste stand of helemaal niet gebruikt. Veel installaties verhogen zo het risico voor de gezondheid, geven comfortklachten en/of verbruiken te veel energie.

In Zweden bijvoorbeeld wordt er op een pragmatische wijze gecontroleerd of ventilatie-installaties correct functioneren. De meerkost voor die controle is beperkt en rendeert op langere termijn.